Historiek

 

De Shar-Pei is een Chinese jacht- en waakhond die reeds eeuwen bestaat.

Oorspronkelijk komt dit ras uit de omgeving van Guangzhou.

De Shar-pei werd oorspronkelijk gebruikt voor de jacht op wilde zwijnen en het hoeden van de kudden.

Hoe oud dit ras is, is niet geheel duidelijk. Reeds op kunstvoorwerpen uit de Han dynastie werden dergelijke honden afgebeeld. 

De Shar-pei zou tot ongeveer 220 voor Christus terug te volgen zijn aan de hand van beeldjes en afbeeldingen

op vazen en schilderijen.

In 1947 dreigde het ras uit te sterven. Reden daarvoor was dat, in verband met de extreme voedseltekorten in China,

de hondenbelasting erg hoog werd gemaakt. Dit was voor de meest Chinese burgers niet meer op te brengen,

zodat de meeste honden dan ook werden opgegeten. Tevens werd destijds in China een wet van kracht waarin werd

voorgeschreven dat alles wat niet productief was (zoals honden en knaagdieren) moesten worden afgemaakt.

Door deze, uit humanitair oogpunt kennelijk noodzakelijke maatregel, overleefden maar weinig honden deze periode.

 In de jaren zeventig gingen hondenhandelaren dit ras kruisen met andere  dieren om zwaardere rimpels te fokken.

In 1973 werd door de Hongkong Chinees Matgo Law een verzoek om een reddingsactie voor dit ras te organiseren.

Hierop reageerden meer dan 200 Amerikanen, waardoor de fokkerij in Amerika op gang kwam.

Vanuit Hongkong werd de Shar-pei verscheept naar andere delen van de wereld.

In 1979 konden we ze voor het eerst in Europa begroeten. In de loop der jaren ontstonden in diverse landen

rasverenigingen die de belangen van de Shar-pei behartigen, zo ook in België.

 

Ras Standaard

FEDERATION CYNOLOGIQUE INTERNATIONAL (FCI)


SECRETARIAT GENERAL: 13,Place Albert 1 – B 6530 THUIN (België)
FCI-Standard N° 309 / 09.08.1999 (GB) - 09.08.1999.(F)


SHAR PEI
OORSPRONG : China
BESCHERMHEERSCHAP : F.C.I.
Datum van publicatie van de originele geldige standaard: 14.04.1999
Gebruik : Jacht- en waakhond.
Indeling F.C.I. : Groep 2 Pinchers en Schnauzers, Molossers, Zwitserse Sennenhonden.
Sectie 2.1 Molosser, Mastiff Type.
Zonder werkproeven.


KORT HISTORISCH OVERZICHT :

Dit Chinees Ras bestaat reeds honderden jaren in de provincies die rondom de Zuidelijke Chinese Zee liggen.

De stad DIALAK in de provincie KWUN TUNG is waarschijnlijk de plaats van oorsprong

ALGEMEEN VOORKOMEN :

Actief, compact, met korte lendenen en vierkant gebouwd. Middelgroot. Rimpels op schedel en schoft,

kleine oren en een « nijlpaardensnuit» bepalen voor de Shar Pei zijn uniek uiterlijk. Reuen zijn groter en krachtiger dan teven.

BELANGRIJKE VERHOUDINGEN
:

Schofthoogte is ongeveer gelijk aan de lichaamslengte, van schouderpunt tot zitbeenpunt, vooral bij reuen.

De lengte van de neus tot stop is ongeveer gelijk aan de lengte van stop tot achterhoofdsknobbel.

KARAKTER / GEDRAG : Kalm, zelfverzekerd, trouw, aanhankelijk aan zijn gezin.

SCHEDELGEDEELTE :

Schedel : vlak, breed - Stop : Matig
Hoofd : Tamelijk groot in verhouding tot het lichaam. Rimpels op voorhoofd en wangen, overlopend in keelhuidplooien.
Gelaat : Neus : Breed en wijd, bij voorkeur zwart, maar elke kleur passend bij de vachtkleur is toegelaten. Wijd geopende neusgaten.
Snuit : Een rastypisch kenmerk. Breed van aanzet snuit tot neuspunt, met geen enkel teken tot versmalling. Lippen en bovenzijde snuit goed gevuld. Zwelling aan de neusbasis is toegelaten.
Mond : Tong, gehemelte, tandvlees en lippen : blauwachtig zwart heeft de voorkeur. Gevlekte tong is toegelaten. Een volledig rose tong is zeer ongewenst. Bij dilute kleurige honden (honden met zwakkere kleur) is de tong lavendelkleurig.
Kaken / Gebit : Sterke kaken met een perfect schaargebit. De bovenste tanden omvatten de onderste snijtanden en zijn recht in de kaken geplant. De dikte van de onderlip mag niet zo overdreven zijn dat hierdoor de beet wordt gehinderd.
Ogen : Donker,amandelvormig met een ernstige uitdrukking. Lichter gekleurd oog is toegelaten bij de dilute kleurige honden. De functie van de oogbol of oogleden mag op.geen manier gehinderd worden door omringende huid, of haarplooien. Elk teken van irritatie van de oogbol de bindvliezen of oogleden is zeer ongewenst. Geen entropion.
Oren : Zeer klein, tamelijk dik, gelijkzijdig driehoekig van vorm, lichtjes afgerond aan de oorpunt en hoog aangezet op de schedel met de oortip naar de ogen gericht ; ze zijn goed voorwaarts geplaatst boven de ogen, staan goed uit elkaar en liggen dicht tegen de schedel. Prikoren zijn zeer ongewenst.
Nek : Middellang, sterk, goed ingeplant op de schouders. De losse keelhuid onder de nek mag niet te overdreven zijn

LICHAAM :

Huidplooien op het lichaam bij volwassen honden zijn zeer ongewenst, behalve op de schoft en de staartaanzet

deze mogen middelmatig gerimpeld zijn


Ruglijn : Dipt lichtjes achter de schoft; zeer lichte welving over de lendenen.
Rug : Kort en sterk
Lendenen : Kort breed matig gehoekt.
Croupe/Kruis : Eerder vlak.
Borst : Breed en diep, borstkas komt tot aan de elleboog.
Onderlijn : Lichtjes oplopend onder de lendenen.


Staart : Dik en rond bij staartaanzet, versmalt geleidelijk tot een fijne punt. De staart is zeer hoog aangezet, een karakteristiek kenmerk voor het ras. Mag hoog en gekruld gedragen worden. Gedragen in een vaste krulover of naar een van de zijkanten van de rug. Een ontbrekende of onvolledige staart is hoogst ongewenst.

LEDEMATEN :
Voorhand : Voorbenen recht, middellang, goed bot. De huid op de voorbenen mag geen rimpels vertonen.
Schouders : Bespierd,goed geplaatst en schuin.
Polsen : lichtjes hellend, sterk en soepel.
Achterhand : Bespierd, sterk, matig gehoekt, rechte stand en van achteren gezien. evenwijdig geplaatst.

Rimpels op het bovenbeen, onderbeen en achtermiddenvoet, alsmede huidverdikkingen op de hakken zijn ongewenst.


Hakken : Goed laag geplaatst
Voeten : Matige grootte, compact, geen spreid/plat-voeten. Goed gewelfde tenen.

De achtervoeten hebben geen St.hubertusklauwen.


Gangwerk : De draf is de geprefereerde beweging. Het gangwerk is vrij, in balans, met goed uitgrijpen voor

en met een sterke stuwing vanuit de achterhand. De voeten hebben de neiging om dichter tot de centrale lijn

te komen bij verhoging van de snelheid. Steltachtige gang is ongewenst.

VACHT :
Haar : Rastypisch kenmerk : kort hard en borstelig. De vacht is recht en afstaand van het lichaam,

maar in het algemeen vlakker op de ledematen. Geen ondervacht.

De vacht kan varieren tussen 1 cm tot 2,5 cm lengte. Nooit getrimd.


Kleur : Alle éénkleuren worden aanvaard behalve wit. Staart en achterzijde van dijen hebben dikwijls een lichtere kleur.

Donkerder tint op rug en oren is toegelaten.


Grootte : Hoogte : 44 – 51 cm schofthoogte (17,5 – 20 inches )


Fouten : Elke afwijking van wat hiervoor vermeld wordt, dient bestraft te worden.
De bestraffing gebeurt evenredig met de graad van afwijking.

ERNSTIGE FOUTEN :
Afwijkingen aan het schaargebit (als voorlopige overgangsmaatregel wordt een zeer geringe bovenvoorbeet toegestaan)
Puntige/spitsige snuit.
Gevlekte tong.(uitgezondert roos gevlekte tong.)
Grote oren.
Laag aangezette staart.
Vacht langer dan 2,5 cm

DISKWALIFICATIE FOUTEN :
Vlakke snuit met met een belangrijk bovenvoorbijten, ondervoorbijten.
Volledig roze tong
Een ingerolde onderlip waardoor de beet wordt gehinderd .(tight lip)
Ronde uitpuilende ogen, entropion, ectropion.
Huid, plooien of haar die de normale functie van het oog belemmert.
Rechtopstaande oren.(Prikoren.)
Staartloos of stompstaart.
Zware huidplooien op het lichaam ( uitgezonderd op schoft en staartaanzet ) en ledematen.
Geen éénkleur .(albino, gestroomd, gevlekt, bonte aftekening, black and tan, zadelpatroon)

N.B : De reuen moeten twee normaal ontwikkelde testikels hebben die volledig in het scrotum zijn afgedaald
Opmerking : Iedere kunstmatige fysische ingreep aan de Shar Pei (speciaal lippen en ogen) sluit de hond uit van tentoonstellingsdeelname.